Welkom
Doelstellingen
Praktisch
Stel je kandidaat!
Rwanda-Kivu
Terugblik 2005
Terugblik 2006
Terugblik 2007
Terugblik 2008
Terugblik 2009
Terugblik 2010
Terugblik 2011
Terugblik 2012
Terugblik 2013
Terugblik 2014
Terugblik 2015
Terugblik 2016
Terugblik 2017
Terugblik 2018
Fracarita Belgium
oud-Zuidreizigers

Terugblik 2005

“Wat ik toen gevoeld, gehoord, gezien en meegemaakt heb, is met geen woorden te beschrijven.”

“Zelf kunnen zien hoe die school werkt en daar als leerkracht rondgeleid worden door collega’s die met even veel bezieling in het onderwijs staan, maar met véél minder mogelijkheden hun leerlingen iets bij moeten brengen, dat is een bijzonder voorrecht.”

“Het was goed om te zien waar het geld van onze acties effectief naartoe gaat.”

“Er is een band ontstaan van waaruit ik voortaan - hier in België - kan verder werken aan een menswaardig bestaan voor deze mensen.”

“Een ervaring om nooit te vergeten!”

deelnemers2005

“Na een tocht van een kwartiertje langs een hobbelige baan kwamen we aan in het klooster van Ndera. Bij de aankomst viel de elektriciteit en de watertoevoer uit. ‘Welkom in Afrika’, scandeerden de Rwandese Broeders. Ons avontuur begon.”

“Ik zie zieke mensen liggen op hun bed, uren, dagen, wie weet hoe lang al. Ze kreunen niet, ze zeuren niet, ze klagen niet. Ik zie mensen wachten, zonder gezeur, zonder geklaag, zonder een greintje frustratie of opwinding.”

“De huizen langs de weg zien er erg armtierig uit. Het zijn allemaal rechthoekige bouwsels, sommige met baksteen maar de meeste hebben een houten constructie opgevulde met aarde. De daken kunnen met dakpannen belegd zijn, maar golfplaten of zelfs gewoon bananenbladeren zijn helemaal geen uitzondering.
Het hele traject hadden we ogen tekort en vielen we van de ene verbazing in de andere. Zelfs van een autotrip werden we erg moe: zoveel indrukken die gedurig op ons af kwamen.”

“Geregeld moeten we uitwijken voor fietsers die allerlei zaken vervoeren. Je houdt het niet voor mogelijk: een fietser die een ladder of een bed vervoert is hier heel normaal. Er waren stukken weg waar geen huis te bespeuren viel en toch zag je er mensen langs de kant van de weg stappen. Waar gaan die toch in godsnaam allemaal naar toe?”

“We kwamen heel veel kinderen tegen. Op zich was dit heel leuk. Ware het niet dat elk kind dat we tegenkwamen ons bleef volgen op onze tocht. Op een bepaald moment zagen we meer dan honderd kinderen toen we achter ons keken.”

“Opeens komt een jongen, ik schat een jaar of 10, naast me lopen. Hij bekijkt me met vragende ogen. Ik begroet hem met “jambo” en hij lacht en begint van alles te vertellen… . Ik begrijp er niets van. Plots vallen mijn ogen op zijn T-shirt en wat lees ik erop gedrukt: ‘De moedige wandelaar, Beernem’.”

“Mooie natuur. Veel te kleine huisjes voor te grote gezinnen. Tientallen spelende kinderen. Armoede, maar toch steeds een vriendelijke glimlach. Prachtige projecten gesteund door Caraes.”

“Ik vergeet nooit de wezenloze blikken, de sloffende voeten, de klamme handen, de geboeide jongen, … Het was een zeer interessant bezoek van een goed draaiend en gestructureerd centrum. Het was ook goed om te zien waar het geld van onze acties effectief naartoe gaat.”

“Gedurende de bezoeken aan de verschillende projecten van de Broeders van Liefde is er mij toch één zaak heel duidelijk geworden: elke hulp, hoe klein ze ook mag zijn, geeft je de voldoening en de stimulans om verder te doen. Elk project is beetje bij beetje tot stand gekomen. Na jaren werk wordt duidelijk wat er reeds allemaal gerealiseerd is.”

“Hier wordt met man en macht en met beperkte middelen gewerkt om deze mensen, die verstoten worden in de maatschappij, te helpen bij hun genezingsproces en hun reïntegratie in hun samenleving.”

“Al vlug krijg ik de indruk dat hier al heel wat baanbrekend werk geleverd is, zowel wat betreft de werking van het ziekenhuis als op gebied van infrastructuur. Het ziekenhuis werkt met 40% eigen inkomsten en krijgt voor 60% steun van Caraes. Uniek voor dit ziekenhuis is dat patiënten worden opgenomen met hun familie. De familie wordt dan ingeschakeld voor de verzorging van de patiënten en het onderhoud van de gebouwen. Dit heeft het voordeel dat er minder personeel nodig is en dat de patiënt beter gereïntegreerd kan worden in de gemeenschap. Elke patiënt krijgt 1 bed ongeacht zij wel of niet haar kinderen meebrengt. Dit houdt dan ook in dat de slaapzalen overvol zitten.”

“We zijn nog maar 3 dagen in Rwanda, maar toch lijkt het alsof ik hier al 3 weken verblijf. Zoveel schrijnende beelden die ik maar moeilijk kan plaatsen. Geregeld moet ik mijn zakdoek nemen om mijn verdriet weg te vegen. Waarom heb ik verdriet? Om de onmacht, om al die armoede, omdat ik me schaam, om al dat mooie werk van vrijwilligers,…?”

“Elke dag, elke minuut voel ik die krop in mijn keel. Ik zou eens graag goed willen uithuilen.
Maar in plaats van huilen wordt er veel met elkaar gepraat over hetgeen we die dag hebben gezien, geroken, geproefd. En elke dag is dit een opluchting. Want ’s avonds slaap ik lekker in met een goed gevoel. Een gevoel van rust, een gevoel van ‘we zijn op de goede weg’.”

“Dé quote van deze Zuidreis gaat voor mij zeker naar een leerkracht van het ITFM. Wanneer we ’s morgens de school bezoeken en met enkele leerkrachten willen praten, schiet hij uit het niets op ons af en zegt: ‘Bonjour. Vous avez bien mangé ce matin?’.
De man schiet zijn pijlen gericht af en raakt meteen doel. Ja, wij hebben deze morgen bij een lekkere tas koffie genoten van een eenvoudig ontbijt. En ja, de leerkrachten van de school hebben deze morgen niets gegeten. Ze eten thuis alleen ‘s avonds.
Zijn maag grolt dus en hier zitten wij tegenover elkaar voor een zinvol gesprek. We maken meteen kennis en zeggen beschaamd: ‘Bonjour. Oui, ça va.’.”

“Ik werd door Emérance (de leerkracht die mij begeleidde) rondgeleid in de ‘quartier’, de wijk, waar zij en de leerlingen van de school woonden. Wat ik toen gevoeld, gehoord en meegemaakt heb, is met geen woorden te beschrijven. De spontaniteit van de vele, vele kinderen. De vriendelijkheid en openheid van de mensen grepen me aan. Daartegenover stonden de soms erbarmelijke levensomstandigheden waarin deze mensen moeten leven: kinderen die blootsvoets met schamele kledij rondlopen, kleine donkere krotten, oude vrouwen die kilo’s ballast moeten sleuren. In een soort dokterspraktijk zag ik letterlijk dood en nieuw leven in éénzelfde kamer naast elkaar liggen. Een pas bevallen jonge vrouw lag naast een stervende bejaarde.
Terug aangekomen in onze verblijfplaats bij de Broeders was het opvallend stil. Ik merkte dat ook de anderen een zeer aangrijpende rondwandeling hadden gehad. Ieder van ons was duidelijk onder de indruk.”

“Na enkele minuten in de wijk, hangt er een zwerm zwarte kindjes rondom ons. Ze geven me een hand en wrijven over mijn blanke arm. De wandeling door de wijk is heel fascinerend. Een grote oppervlakte, allemaal kleine huisjes en veel te dicht bevolkt. Er hangt ook een indringende geur. Die indringende geur die hier overal hangt, zal mij altijd bijblijven. Wie dit niet heeft gezien, geroken, gevoeld, weet niet wat Kongo is. Maar de mensen zijn allemaal even vriendelijk en roepen al van ver ‘Jambo!’.”

“Bij het begin van de Zuidreis werd ik overheerst met een negatief gevoel. Ik noem het een schuldgevoel omwille van mijn eigen egoïsme. Ik zag overal zoveel armoede en ellende en daarbij refereerde ik telkens naar mijn westers leven. Ik gedroeg mij als een toeschouwer die voortdurend de miserie van de mensen ‘bekeek’ en vergeleek met mijn luxe-leventje. Ik voelde mij ‘de luxe-madam’ die al 47 jaar in weelde heeft geleefd en nooit eens heeft stilgestaan bij het leven van deze mensen.
Gaandeweg ebde het schuldgevoel weg en maakte plaats voor een positief gevoel van verbondenheid. Ik besefte dat ik mijn westerse roots achter mij moest laten en met een nuchtere, objectieve kijk het leven hier in Rwanda en Kongo moest benaderen. Met medelijden zijn de mensen niet geholpen. Het enige wat ik op dat moment kon doen is open staan voor de mensen, naar hen luisteren en vooral hen proberen te begrijpen. Ik besef nu dat mijn hart openstaat voor deze problematiek en ik een heel andere kijk heb gekregen op de noden. Er is een band ontstaan van waaruit ik voortaan, hier in België, kan verder werken aan een menswaardig bestaan voor deze mensen.”

“Het kunnen deelnemen aan deze reis, het mogen bezoeken van ITFM waarvoor wij onze Zuidactie organiseerden, dat is voor mij ieder moment weer een voorrecht. Zelf kunnen zien hoe die school werkt en daar als leerkracht rondgeleid worden door collega’s die met even veel bezieling in het onderwijs staan, maar met véél minder mogelijkheden hun leerlingen iets bij moeten brengen, dat is een bijzonder voorrecht, alweer.”

“Een ervaring om nooit te vergeten!!”

foto1

foto2

foto3

foto4

foto5

foto6

foto7


contact:  
Google


www.zuidreis.be